11 juni 2012

Theorie

Ik heb hier al veel theorieën opgeschreven. Hier nog eentje.
Als kleuter en peuter kijk je redelijk eng naar boven: naar je papa of mama.
Als klein kind kijk je wat breder, maar nog steeds naar boven: ooms en tantes. Af en toe al eens wat vriendjes, maar niets diepgaand.
Als tiener begin je ook opzij te kijken: echte vrienden of vriendinnen. Boven is echter ook nog belangrijk.
Als twintiger kijk je vooral opzij, je bent ‘los’ van ‘boven’.
Als dertiger kijk je naar beneden: de kinderen.
Als veertiger en vijftiger nog steeds naar beneden (dit wil niet zeggen dat opzij niet meer bestaat).
Van dan af kijk je steeds meer naar beneden (want boven verdwijnt ook samen met je ouderworden). Het viel me vooral op als ik naar mijn grootmoeder kijk, die spreekt enkel over haar tak van de familie (dus naar beneden). Misschien moet ik hier eens een boek over schrijven?

20:29 | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.